Shabbat HaChodesh Parshat Tazria, Parshat Metzora en tzara’at

Met de lezingen van vandaag, op de Shabbat HaChodesh mogen meerdere mensen de Parshat Tazria – samen met haar zusterportie, Metzora – zien als eenvoudig anachronistische teksten.

Niet altijd mogen de teksten die wij voor ons krijgen neergelegd door de Hebreeuwse schrijvers, zo duidelijk zijn. Deze van vandaag kunnen voor velen zelfs mysterieus klinkende delen bevatten voor moderne oren.

Details van dermatologische minutia, inclusief verwijzingen naar witte vlekken, lekkende wonden en haren die groeien uit blaren mogen ons doen afschrikken en ons een beeld geven dat de schrijvers van toen ook niet zo goed wisten wat er aan de hand was. Vertalers hadden het met die huidtoestanden ook niet makkelijk en in sommige talen werd er verkeerdelijk vertaald dat het om “Lepra” zou gaan.

Wij moeten beseffen dat de Torah tekst uit het boek Wayyiqra (Leviticus) 12:1-13:59 de tzara’at bespreekt. Het betreft het in een staat van tuma of onreinheid zijn. Er wordt aangegeven dat de persoon welke zich bevond in rituele onreinheid zich van de algemene bevolking moesten verwijderen en buiten het kamp gaan wonen.

We kunnen tzara’at als een metafoor begrijpen wanneer iemands lichaam of gezondheid uit de hand loopt, iets waar veel mensen voortdurend mee omgaan. Net als wij voelden onze bijbelse voorouders zich vaak hulpeloos en bang in deze situaties.

En dit verwijst niet noodzakelijk alleen naar fysieke omstandigheden. Tzara’at kan ook verwijzen naar emotionele stress. Om een beroemde passage in de Talmud te parafraseren, lees tzara’at niet als melaatsheid, maar eerder als tsarot – problemen en ellende.

Ten tijde van hun verblijf in Egypte kende de Ivriyyim (het Hebreeuwse Volk) na een tijdje meerdere problemen. Het goede leven ten tijde van Jozef was weggevallen voor een leven in slavernij. Moshe had getracht de levensomstandigheden voor de Joden weer beter te krijgen maar vond geen gehoor bij de Farao. Bittere levensomstandigheden bleven hun deel, waarbij hen zelfs geen tijd werd gegund om tijd te nemen voor de aanbidding van de Allerhoogste Elohim.

De teksten die wij dezer dagen in herinnering nemen, brengen voor ons een taal van beelden en symbolen. Met het exodusverhaal krijgen wij ook een basisverhaal van de hele Schrift, waarbij de symboliek tot in de Ketuvim Bet reikt.

De wereld, of het nu die van de vroegere Farao of huidige machtshebbers is zal de Ene Onnoembare en Onzienlijke moeten erkennen als een beloftevolle Stem die oproept tot bevrijding en die leefregels laat ontdekken die de weg wijzen naar het ‘beloofde land’, de toekomstige àndere samenleving gebouwd op verbondenheid.

Doorheen de Geschriften merken wij dat de profeten spreken over een ‘nieuwe uittocht’, een uittocht die ook door de profeet Jeshua (Jezus) werd  mee gemaakt: een doortocht van lijden en dood naar verrijzenis.

Met het boek Shemoth krijgen wij niet enkel een verhaal dat een historisch verslag zou zijn van wat ruim 3000 jaar geleden gebeurde. De tekst en de gebeurtenis van de Shemoth belicht onze bestaanservaring vandaag.
Het is geschreven in beeldtaal. ‘Egypte’ en ‘woestijn’ zijn levenssituaties die vandaag voorkomen in de wereld, in ons eigen leven. Zo ook komt de tuma (of toema) als onreinheid van de huid of de onreinheid van ons innerlijke als beeld naar voor, om ons er toe te brengen na te denken over onze huidige toestand, de vervuilde wereld om ons heen en de vervuilde geesten van de mensen om ons heen, maar ook mogelijke onzuiverheden die bij ons mogen binnen geslopen zijn.

De schriftuurteksten van deze dagen laten ons ook nadenken over het gaande en over het Bijbelse Godsbeeld: geen natuurgod, maar een God die zich openbaart in het levensverhaal van Moshe.
De Bijbelse God is geen natuurgod, een ‘macht daarbuiten’ die grillig kan tussenkomen en gepaaid dient te worden met offers.

Toch wordt er dezer dagen gevraagd om te focussen op twee grote offers.

Moshe moest tot de gehele gemeente van Israël spreken en hen oproepen om op de tiende dag van wat God als eerste maand (Nisan) had uitgeroepen, een lam voor elk gezin te nemen. Een gaaf, manlijk lam moest het zijn van een jaar oud, dat uit de schapen of uit de geiten kon genomen worden. Dat lam moest dan tot de veertiende dag van die maand Nisan in bewaring gehouden worden om dan het in de schemeravond te slachten. De Elohim droeg op om dan van dat lam het bloed te nemen en dit aan de beide deurposten en de bovendorpel der huizen, waarin men het eten zal, te ‘schilderen’.  De Hashem droeg verder op om in die nacht enkel het gebraden vlees te eten, met matse (ongezuurd brood) en maror (bittere kruiden) en de volgende morgen alles te verbranden van wat er over zou zijn. Het moest in angstige haast gegeten worden als een pascha ter ere van de Allerhoogste.

“3 richt het woord tot heel Israëls samenkomst en zeg: op de tiende na deze nieuwemaan zullen ze zich nemen ieder een lam voor een vaderhuis, een lam per huis; 4 en als het uit te weinig bestaat, het huis, dat er een lam zou kunnen zijn, neemt híj er een samen met wie het naast bij zijn huis woont, naar het aantal zielen; naar wat ieders mond eet zult ge optellen voor het lam; 5 volgaaf, mannelijk, een jáár oud zal een lam voor u wezen; uit de schapen of uit de geiten zult ge het nemen; 6 het zal bij u in bewaring zijn tot de veertiende dag na deze nieuwemaan; dan zullen ze het slachten, heel de vergadering van Israëls samenkomst, ‘tussen de avonden’; {Tussen het begin van de schemering en het totale donker. }7 nemen zullen ze van het bloed en dat prijsgeven op de twee deurposten en op de bovendorpel,- op de huizen waarin ze het eten; 8 eten zullen ze het vlees in deze nacht: geroosterd op vuur, met matses,- ongegiste broden; met bitterheden zullen ze het eten; 9 eet er niet van als het nog rauw is of gekookt is, gekookt in water; nee, alleen geroosterd op vuur; met kop, poten en binnenste; 10 ge zult daarvan niet overlaten tot de ochtend; wat ervan overblijft tot de ochtend zult ge in het vuur verbranden; 11 en zó zult ge het eten: uw lendenen omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw stok in uw hand; overhaast zult ge het eten: een Pasen,- passéren, is dit voor de ENE;” (Ex 12:3-11 NB)

In Shemoth of Exodus 12: 8 wordt ons geboden een offer te brengen voor het “voorbijgaan” (door sommigen ook “een paasoffer” genoemd), dat wij dan moeten eten “met ongezuurde broden en met bittere kruiden.” Deze zelfde wet wordt herhaald in Bemidvar (Numeri) 9:20. Hoewel we het ‘paasoffensief’ niet meer hebben, blijft de verplichting om de bittere kruiden te eten over.

In de Talmoed bedachten de rabbijnen een lijst met kwalificaties voor welke groente je ook gebruikt als maror. Het moet bitter zijn, sap hebben en grijs van uiterlijk zijn. Het moet ook een groente zijn die groeit van de aarde, niet van een boom. (Pesahim 39a) Hoewel we de neiging hebben om meerdere vertalingen te volgen waar zo bijvoorbeeld in het Engels maar ook in het Nederlands verwezen wordt naar Maror als een kruid, zou het juister zijn om groente te zeggen.

Groene type
Groene type van Bindsla (Lactuca sativa var. longifolia, synoniem: Lactuca sativa var. romana), ook bekend als Romeinse sla, Romaanse sla en romaine.

De Pesahim 2: 6 somt vijf mogelijkheden op die gebruikt kunnen worden bij de seder, maar het is moeilijk om precies te weten welke planten ze precies bedoelen. Degene die het duidelijkst is, wordt in het Hebreeuws ‘hazeret’ genoemd, wat algemeen wordt begrepen als sla. Zoveel halakhische autoriteiten zeggen tegenwoordig dat de beste vorm van bittere kruiden Romaine of Romeinse sla, welke al bij de Egyptenaren bekend was. Hoewel het aanvankelijk niet bitter is, maar een bittere nasmaak heeft kan het gerust door gaan als dat “bittere”. De buitenste oudere bladeren van snijsla kunnen een grijsachtig melkachtig sap bevatten dat erg bitter is.

Mierikswortelen
Mierikswortelen die al 3000 jaar geleden bij de oude Grieken bekend waren en nog veel in Noord- en Centraal-Europa gebruikt worden, zoals in de Duitse, Tsjechische, Oostenrijkse en Hongaarse keuken.

Vandaag gaat men er in Joodse middens van uit dat als sla niet beschikbaar is, elke groente geschikt is  en dat andere gebruikelijke opties als selderij en horseradish of mierikswortel (ook bekend als chrein) goede ‘vervangingsmiddelen’ zijn. De mierikswortel staat dan symbool voor de moeilijke tijd die de joden hadden tijdens de slavernij in het Oude Egypte.

Hoewel het niet expliciet in de Thora staat, worden bittere kruiden algemeen gezien als een symbool van de bitterheid die de Israëlieten voelden toen ze slaven in Egypte waren.

Door de kruiden te eten, voelen we onszelf bitter en kunnen we ons gemakkelijker als slaven voorstellen. Wanneer we de maror in de haroset dopen, associëren we de bitterheid die we voelen met de harde arbeid die de Israëlieten door de handen van de Egyptenaren hebben ervaren.

Het zien van de ellende van zijn volk, het meeleven met hen was voor Moshe een aangrijpende ervaring die hem niet meer losliet. Ook wij moeten gegrepen worden door de ellende die in onze wereld plaats grijpt. In de Wayyiqra lezing wordt er ook gesproken van een vrouw die zaad draagt en dat wanneer de dagen van deze nieuwe moeder haar zuivering voor een zoon of dochter voorbij zijn, zij haar kind naar de kohen moet brengen bij de ingang van de ontmoetingstent om een eenjarig lam voor een brandoffer en een jonge duif voor een zondoffer aan te bieden.

“2 spreek tot de zonen Israëls en zeg: wanneer een vrouw zaad draagt en een mannelijk kind gebaard zal hebben, is ze zeven dagen lang besmet; als bij de dagen van afzondering wanneer ze ongesteld is wordt ze een besmette. 3 Op de achtste dag wordt het vlees van zijn voorhuid besneden. 4 Dertig maal een dag en nog een drietal dagen blijft ze thuis, omdat er bloed vloeit dat haar reinigt; al wat heilig is mag ze niet aanraken en in het heiligdom mag ze niet komen, totdat vervuld zijn de dagen van haar reiniging.
5 Als ze een méisje baart is ze twee maal zeven dagen besmet, als in haar afzondering; zestig maal een dag en nog een zestal dagen blijft ze thuis, omdat er bloed vloeit dat haar reinigt.
6  Nadat de dagen van haar reiniging vervuld zijn voor een zoon of voor een dochter, brengt ze een schaap in zijn eerste jaar als opgangsgave en een duivenzoon of dochter als ontzondigingsgave naar de opening van de tent van samenkomst, naar de priester. 7 Doen naderen zal hij dat tot het aanschijn van de ENE en verzoening over haar vragen; gereinigd is ze dan van de bron waaruit zij bloedde: dit is de wetsregel voor haar die baart, voor een mannelijk kind of voor een meisje. 8 En als haar hand niet toekomt aan genoeg voor een lam, nemen zal ze dan twee tortels of twee duivenzonen, één als opgangsgave en één als ontzondigingsgave; verzoening zal de priester over haar vragen en rein zal ze zijn. •” (Le 12:2-8 NB)

Wij lezen over bloed dat vloeit als offer, als voedsel en als reiniging.

Voor het aangezicht van de Hashem moet de kohen als verzoening het lam met haar bloed als verzoening opdragen zodat zij rein zal worden van haar bloedvloeiing. Dit is de wet op de kraamvrouw, indien het kind een jongen is en indien het een meisje is.

Er werd bloed vergoten bij het slachten van de vele lammeren. Dat bloed werd op de deurposten aangebracht zodat de engelen of boodschappers van God aan die deuren zouden voorbijgaan en zo de pas geborene niet zouden doden. Hierna kon door die plaag van menselijk bloed vrijheid komen over het Joodse Volk.

Een duizend jaar later zien wij dat er een jonge vrouw ook tot een kohen komt en twee duifjes offert voor haar zoon Jeshua.  Zij mocht dan vrij van smet worden gevonden, maar haar ellende was helemaal niet over, want lijden zou haar tegemoet treden met de gruwelijke marteling en dood van haar zoon.

Die man van vlees en bloed herinnerde ook Gods opgave om samen te herinneren wat er in Egypte gebeurd was. Maar op de avond van de bijeenkomst met getrouwen sprak hij over nieuw te vergieten bloed dat nu zuivering over velen zou teweeg brengen. Purificatie of het ontnemen van elke smet van elke mens, die van het begin der tijden vervloekt waren met de dood, zou nu nieuw leven kunnen brengen in zuiverheid.

Dat is dan ook wat wij dezer dagen in herinnering nemen en tot een climax komt met 14 Nisan, wanneer alle ware gelovigen samen komen om de uittocht van Egypte te herdenken maar ook dat Laatste avondmaal van die gezondene van God die zich daar aanbood als een Lam voor God en een Lam van God mocht zijn. Door zijn bloed te laten stromen over de poorten van ons leven kunnen wij gespaard worden en toegang krijgen tot de poorten van nieuw leven. Dat maakt die komende 14 Nisan zo belangrijk dat wij die dag als belangrijkste van het jaar moeten aanschouwen.

Wanneer we maror in haroset dopen, herkennen we dat bitter en zoet vaak samenkomen in het leven. Een Jeshuaist zijn, of een Jood zijn, betekent zowel het bittere als het zoete in de wereld zien en God voor beide zegenen. Maror herinnert ons er ook aan dat ellende geen betekenis heeft. De pijn die de Israëlieten als slaven in Egypte leden, was niet voor niets. Het leidde tot hun schreeuwen om vrijheid, en uiteindelijk hun verlossing. Ook is het verder een teken geworden dat een Land door God wordt voorzien waarin wij allen in vrede zullen leven als nazaten van de eerste Adam, Abraham en in het bijzonder van de tweede Adam die door zijn zoenoffer ons bevrijd heeft van de grootste slavernij, namelijk die van de gebondenheid aan de dood.

Advertenties

Een gedachte over “Shabbat HaChodesh Parshat Tazria, Parshat Metzora en tzara’at

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.