Gemeente voor Christus

Jeshuaist zijnde houdt dat in dat ik Jeshua volg. Dat betekent dat ik zijn leerstellingen alsook zijn opdrachten tracht na te leven.

Als voornaamste leerstelling had de Nazareense rebbe Jeshua boven al één God te beminnen. De Grote leermeester zijn moedertaal was Aramees en daar gebruikte hij het woord “Allah” om over de Hashem te praten maar ook voor zijn Allerhoogste God te aanbidden. Allah heeft geen meervoudsvorm zoals er ook geen meervoud in de “Echad” of “De Ene” staat. Voor Jeshua was het zo klaar als een klontje dat er slechts één Hogere Soevereine Macht bestaat, welke de Allerhoogste God boven alle goden is, die iedereen zal moeten komen erkennen als het Meest Superieure Wezen.

Een ander hoog aangeschreven leerstelling van Jeshua was dat wij zoals wij God horen te beminnen, ook zijn Scheppingswerk moeten liefhebben en daar onze medemens broederlijke liefde moeten vertonen. Met die broederliefde horen wij ook samen te komen om de Goddelijke Schepper te loven en te eren. Alsook verzoekt Jeshua zijn volgers om samen te komen om gemeenschap te vormen in Christus.

Hebreeën 10: 19-25 (De Geschriften 98) 19 Dus, broeders, vrijmoedigheid hebbend om de afgezonderde plaats binnen te gaan door het bloed van יהושע, 20 {Jeshua} door een nieuwe en levende weg die hij voor ons heeft ingesteld, door de sluier, dat is, zijn vlees, 21 en een Hogepriester hebbend over het Huis van Elohim, 22 laten we met een waar hart naderen in volledigheid van geloof, onze harten besprenkeld van een slecht geweten en onze lichamen gewassen met schoon water.

23 Laten wij de belijdenis van onze verwachting vasthouden zonder te geven, want Hij die beloofde, is betrouwbaar. 24 En laten we ons om elkaar bekommeren om liefde en goede werken aan te wakkeren, 25 niet het samengaan van onszelf nalatende, zoals de gewoonte van sommigen is, maar bemoediging gevend, en zoveel meer als u de dag ziet naderen.

Hebreeën 10: 19-25 (orthjbc)
19 Daarom, Achim b’Moshiach {broeders in de Messias}, met bittachon {vrijmoedigheid} voor haSha’ar laHashem in de Kodesh HaKodashim {de afgezonderde plaats te betreden} door HaDahm HaYehoshua {het bloed van Jeshua}, 20 die hij voor ons opende als een Derech Chadasha {een nieuwe weg}, een Derech Chayyah {een nieuw leven}, door het parokhet {sluier}, dat wil zeggen, de parokhet van de basar {vlees} van Rebbe, Melech HaMoshiach. [Tehillim 16: 9-10; Daniël 9:26; Yeshayah 53: 5-12] 21 En als we een Kohen Gadol {hoge priester} hebben over de Beis Hasjem {Huis van De Naam}, 22 laten we dichterbij Hasjem komen met een lev shalem {waar hart}, met volledige zekerheid en bittachon van emunah {volledigheid van geloof}, onze levavot is schoongespoeld [Yazzeh, “Moshiach zal sprinkelen”, Yeshayah 52:15] van een slecht matzpun {geweten} en onze lichamen stortten kluhr in een tevilah in een mikveh mayim {ons lichaam gewassen met rein (klaar) water}
[

23 Laat ons, zonder aarzeling, stevig vasthouden aan de Ani Ma’amin {homologia – belijdenis} van de Tikveteinu {verwachting}, want Ne’eman is Degene die de havtachah heeft gegeven. 24 En laten we overwegen hoe we elkaar kunnen aasvechten aan ahavah {agape liefde}  en mitvos {goede werken}, 25 en laten we ons niet afkeren als shmad-overlopers van onze noiheg {bijeenkomst} dagelijkse minyan, zoals sommigen doen, laten we chizzuk {bemoediging} aan elkaar geven, en des te meer des te meer als je de Yom HaDin {Laatste Dag} ziet naderen.

Stevig vasthoudend aan de hoop die wij kunnen stellen in de wederkomst van de Messias en dan de verwezenlijking van het Koninkrijk van God, is de Gemeente Van Christus de personen die te samen willen vergaderen in Jeshua zijn naam als gemeente toebehorend aan Christus, hem als hoeksteen beschouwend van de gemeenschap.

Jeshua als ons fundament gebruikend vergaderen wij als gedoopten, door onderdompeling witgewassen, tot één lichaam gemaakt. (1 Korintiërs 12:12, 13)
Met Christus als het hoofd van het lichaam, de gemeente” (Kolossenzen 1:18) hebben wij geen hiërarchische structuur van leiders, priesters of bisschoppen. Allen stellen zich onderdanig op aan hem die God alles onder zijn voeten heeft gesteld en hem als hoofd boven al wat is heeft gesteld. (Efeziërs 1:22, 23). Hij is de ene herder van de ene kudde (Johannes 10:16). Aan deze ene heer onderwerpen wij ons in verbondenheid met elkaar, één zijnd met Christus Jezus zoals deze ook één is met zijn hemelse Vader.
Als Gemeente van Christus hebben wij ons gegeven als broeder of zuster aan Jeshua om zo ook te behoren tot Gods gezin. De leden ervan (die door Hem als Zijn kinderen zijn aangenomen), leven onder het vernieuwde verbond. De Gemeente is het lichaam van Jeshua (Jesjoea), een geloofsgemeenschap waarvan Jeshua zelf het hoofd is. De Gemeente is de bruid voor wie Jeshua stierf om haar te heiligen en te reinigen. Bij zijn terugkeer in heerlijkheid zal hij haar voor zich plaatsen als een stralende Gemeente, de getrouwen uit alle eeuwen, gekocht door zijn bloed, zonder vlek of rimpel, maar heilig en onbesmet.
Onderworpenheid aan gecentraliseerde kerkelijke instellingen is een verwerping van het hoofdschap van Christus.

Wij zijn door de vorming van de Heilige Geschriften gebouwd op het onderwijs en fundament van de apostelen en profeten, waarin wij willen volharden, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is” (Efeziërs 2:20; Handelingen 2:42; Openbaring 21:14).
De leer van Christus (aan de apostelen en profeten in de eerste eeuw geopenbaard) volgend, maken wij ook kenbaar aan anderen rondom ons. Als gemeenschap leggen wij getuigenis af om door de heilige Schrift aan alle volken het Goede Nieuws van het komende Koninkrijk van God bekend te maken. De gemeente wordt versterkt door

“het evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis, eeuwenlang verzwegen, maar thans geopenbaard en door profetische schriften volgens bevel van de eeuwige God tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle volken” (Romeinen 16:25, 26).
Om een gemeente van Christus te kunnen zijn moet men per definitie een bolwerk van de waarheid zijn. Jeshuaisten, of volgers van Jeshua, worden “in waarheid” geheiligd (Johannes 17:19) doordat zij er aan houden Bijbelse leerstellingen boven menselijke leerstellingen te plaatsen, waarbij zij de Bijbelse Waarheid liefhebben (2 Tessalonicenzen 2:10), geloven (2 Tessalonicenzen 2:12)deze ook gehoorzamen (Romeinen 2:8; Galaten 3:1) en er aan houden (Efeziërs 4:15).

Indien wij volgens eigen goeddunken of tradities van mensen aanbidden, kunnen wij niet de gemeente van Christus zijn. Dan staan wij onder hetzelfde oordeel dat God over Israël heeft uitgesproken:

“Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn” (Matteüs 15:8, 9).

Om een gemeente van Christus te zijn moet men in waarheid en zuiverheid het Woord van God volgen en naar Zijn Wensen eredienst en aanbidding verrichten.

Samen met het volk van God, het ware Israël, worden we uit de wereld geroepen en nemen daarom afstand van al die instellingen die niet volgens de wens van God aanbidding of verering doen. Zo is onze gemeente onverenigbaar met deze die meer dan één godheid of de Drie-eenheid aanbidden. Ook is onze gemeenschap zich vrij houdend van heidense feesten, daar wij ons horen te houden aan de Feesttijden van JHWH, Jehovah, de enige Ware God.

In vrije gemeenschap komen wij als broeders en zusters bijeen om samen het brood te breken en de wijn te drinken ter herinnering van het Laatste Avondmaal. Als gemeenschap sluiten wij ons niet uit van de wereld maar rijken wij de hand naar de niet en anders gelovigen, zodat deze ook kunnen gered worden. Als gemeenschap zijn wij er namelijk van bewust dat wij de gehele mensheid horen te dienen en het evangelie aan de hele wereld te verkondigen. Zij predikt het heil in de Messias en verkondigt zijn naderende wederkomst. Iedere gelovige wordt geroepen om persoonlijk deel te nemen aan dit wereldwijde getuigenis.

De Gemeente bestaat uit allen die waarachtig in Jeshua de Messias en zoon van God geloven en die ertoe zijn geroepen de geboden van de Hoogst Almachtige God op te volgen.

De Gemeente is één lichaam met vele leden, geroepen uit alle natie, geslacht, taal en volk. In Jeshua worden we een nieuwe schepping; onderscheid in ras, cultuur, ontwikkeling en nationaliteit, en verschillen tussen hoog en laag, rijk en arm, mannelijk en vrouwelijk, mogen geen verdeeldheid onder ons teweegbrengen. Wij zijn allen gelijk in Jeshua, de man van vlees en bloed, die ons door onze gemeenschap met hem en met elkaar verbonden heeft.
Door hem en met hem laten wij ons leiden en zijn wij bereid te dienen in zijn naam, en laten wij ons dienen zonder partijdigheid of terughoudendheid. Door de openbaring van Jeshua de Messias in de Schrift delen wij in hetzelfde geloof en dezelfde hoop, en doen al het mogelijke dit in een gemeenschappelijk getuigenis aan iedereen uit te dragen. Deze eenheid heeft haar bron in God de Vader, die ons aangenomen heeft als Zijn kinderen.

(1Kor12:12,12; Ef1:22,23; 2Kor11:2; Opb19:7,8; Joh1:12,13; Ef2:19-22; 1Joh2:15; 2Kor6:16-18; Gen12:3; Hand7:38; Hebr10:24,25; 1Kor12;4-11; Ef4:11-15; Ef3:8-11; 5:23-27; Kol1:17,18; Matt16:13-20; 18:18; 28:19,20; Joh17:20-23; Ef4:1-6; 4:14-16; Kol3:10-15; Rom12:4,5; 1Kor12:12-14; 2Kor5:16,17; Hand17:26,27; Gal3:27-29; Joh13:34,35; 1Joh3:14; Matt28:19,20; Ps133:1)

Advertenties