Ivriyyim en de Gelovige Jehoedi

De Ivriyyim mogen zich bevoorrecht noemen. Zij mogen zich er op beroepen dat de Goddelijke Schepper hen heeft uitverkoren boven alle volkeren. Maar dat mag hen er niet toe brengen om hautain te zijn naar anderen toe.

Ook al mag er beweerd worden dat het Jahadoet of jodendom geen formele verplichte overtuigingen heeft moet men wel erkennen dat voor de gelovige Jood het geloof in slechts één God essentieel is. De gelovige Jood wenst geen andere godheid te stellen naast de Schepper van all wat leeft. Voor de gelovige Jood staat het vast dat God bestaat en een ontegensprekelijke werkelijkheid is, Die één en uniek is, maar dat Hij ook onstoffelijk en eeuwig is, wat inhoudt dat Hij geen geboorte of begin heeft gekend en ook niet kan sterven of nooit een einde zal hebben.

In het algemeen ziet het Jodendom het bestaan van God als een noodzakelijke voorwaarde voor het voortbestaan van het universum. Zonder Dé Allerhoogste Godheid is er geen bestaan. Het bestaan van het universum is een voldoende bewijs van het bestaan van De Schepper God die zich ook bekend maakte met de vermelding dat Hij Hét Zijn zelf is. De “Ehejeh asjer ehejeh” of De “Ik ben wie Ik ben” (“Ik ben wie Ik zal zijn”) ook door velen gekend als De “Ik Ben Die Ben“.

Ook al mag er een grote ruimte voor persoonlijke opinie in de zaken omtrent de aard van God, de mens, het universum, het leven en het leven na de dood zijn, omdat het Jodendom meer geconcentreerd is rondom handelingen dan rondom geloof, hoort de ware Jood zich toch te houden aan de Dvar HaElohim of het Woord van de Hakadosj Baroech Hoe [De Heilige gezegend (zij) Hij] of Koddesj Boreche.

Het Joodse geloof spitst zich toe op de relaties omdat voor de Bore dit ook zo belangrijk is. Relaties horen tot Gods Planning. Van bij de aanvang heeft de Schepper voorop gesteld dat de mens voor de schepping moest zorgen. De Geschriften handelen dan ook over de relatie tussen God en de mens, tussen God en het Joodse volk, tussen het Joodse volk en het land Israël, en tussen mensen onderling. Onze schrift vertelt het verhaal van de ontwikkeling van deze relaties, vanaf de tijd van de Schepping, via het ontstaan van  de relatie tussen God en Abraham, tot het ontstaan van de relatie tussen God en het Joodse volk, en verder.

De ware gelovige is er zich ook bewust van hoe de Bijbel ook de wederzijdse verplichtingen specificeert die met deze relaties ontstaan zijn, hoewel verschillende stromingen binnen het Jodendom van mening verschillen over de aard van deze verplichtingen. Sommigen zeggen dat het absolute, onveranderlijke wetten zijn van God afkomstig (Orthodox); sommigen zeggen dat het wetten zijn die van God afkomstig zijn maar die evolueren en veranderen in de tijd (Conservatieven); sommigen zeggen dat het richtlijnen zijn die je kan kiezen of je ze wilt volgen of niet (Liberalen, Reform, Reconstructionisten). [Voor meer over deze verschillen, zie Stromingen in het Jodendom.]

Omtrent het uitspreken van Hashem of Dé Naam is er ook veel onenigheid. Verscheidene Messiaanse Joden en Jeshuaisten zijn er van overtuigd dat de Allerhoogste Elohim juist zeer veel belang hecht aan Zijn apart te plaatsen Naam en dat deze Heilig en boven alle namen staat. Maar de mensheid moet ook beseffen dat Die Naam van God kenbaar moet gemaakt worden, zo dat heel de wereld Zijn Naam en Zijn Hoogheid zouden komen te kennen.

Sommige mensen denken dat een Jood die in Jezus gelooft geen Jood meer is. Maar wat kan er mogelijkerwijs meer Joods zijn dan een geloof in de Joodse leermeester welke door God Zelf gezonden is om Hem te openbaren en die zichzelf terzijde heeft geschoven om de Wil van God te doen?

De Schriftgeleerde en Messiaanse Jood Louis Lapides is gekend om zijn kijk over Messiaanse profetieën in het Oude Testament.In dat oude verzamelwerk zijn meer dan 300 profetieën over de komende Messias (waarvan er ongeveer veertig bijzonder specifiek zijn) (een conservatieve schatting) over de toekomstige Messias van het Joodse volk. Voor hem was het klaar dat Jezus de langverwachte Messias van de Joden was, toen hij kon zien in welke mate  de  profetie in de Joodse Schriftteksten zelf in vervulling is gekomen.

Wij geloven dat de overeenkomsten van de oude met de latere Messiaanse geschriften geen toeval is. Dankzij de ontdekking van de Dode Zee-rollen en de betrouwbaarheid van de Septuagint versie van het Oude Testament weten we nu met zekerheid dat de Joodse voorspellingen ouder zijn dan de tijd van Jezus Christus en dat het Oude Testament in de tegenwoordige vertalingen bijna identiek is aan de Joodse teksten uit de oudheid. Lapides zei:

“Weet je, ik lees veel boeken die mensen schrijven om datgene af te breken waarin wij geloven. Het is geen erg prettige bezigheid, maar ik neem de tijd om elk bezwaar afzonderlijk te bekijken en om dan de context en de bewoordingen in de oorspronkelijke taal te onderzoeken. En steeds maar weer blijven de profetieën overeind staan en bewijzen zij dat ze waar zijn.”

Voor ons is het dan ook belangrijk om alle profetieën uit de Heilige Boeken als ernstige waarschuwingen te nemen. Want er zijn toch nog enkele profetieën die ook met Jezus nog niet vervuld zijn. Zo moeten wij nog  uitkijken naar een Tijd der Laatste dagen of een komende Eindtijd. Het is naar die Verwachte tijd of de voorspelde tijden dat wij in geloof moeten uitkijken en er naar toe werken.

Hiertoe moeten wij mensen waarschuwen en hen vertellen over de tekenen die zich aftekenen. Dat erkennen van die tekenen der eindtijden. Ook al zijn wij allemaal zondaars zijn wij er vast van overtuigd dat de Schepper een God van Liefde is die voorzieningen voor de mens, die naar Hem toe wil komen, heeft getroffen.

Met het geloof in de Elohim Hashem Jehovah stelt een jood zich open om de richtlijnen van God in ontvangst te nemen. Hiertoe is hij dan ook bereid om te lernen. Het is de zorgvuldige studie van Gods Woord welke inzicht moet geven. Hiertoe begeven wij ons dan ook regelmatig naar de Beet mi·rasj of de beet hamidrasj. In dat leerhuis of huis van tora-studie leggen wij ons dan ook vol overtuiging toe op het trachten te begrijpen van de Schrift.

De Hoogst Almachtige God heeft ons hersenen gegeven om ons verstand te ontwikkelen. Daarvan verwacht Hij dat wij de gegeven vrije wil goed zullen gebruiken. Mits de Adonai geen dwingeland is  zal Hij ons niet dwingen te doen wat Hij wil. Dit geloof in Gods almacht is pijnlijk getest gedurende de vele vervolgingen van de Joden, maar wij hebben altijd volgehouden dat God een reden heeft om deze dingen toe te laten, ondanks dat wij, met ons beperkt verstandelijk vermogen niet in staat zijn de reden ervan in te zien.

Gods rechtspraak wordt getemperd door genade. Voor iedereen heeft Hij genade voorzien. Maar het ligt aan de mens zelf om de juiste keuze te maken en al of niet voor God te gaan. Van de twee Namen van God die het meest voorkomen in de Bijbel, is één een aanduiding voor Zijn eigenschap van rechtvaardigheid, en de ander voor Zijn eigenschap van genade. De beide namen werden samen gebruikt in het Scheppings-verhaal, om aan te duiden dat de wereld geschapen werd zowel met rechtvaardigheid als genade.

Het Jodendom gelooft dat wij allen Gods kinderen zijn, geschapen naar Zijn evenbeeld, ook al is God geen wezenlijk wezen zoals ons, maar een geest. Een algemeen bekend stuk uit de Joodse liturgie beschrijft de Elohim herhaaldelijk als ‘Avinoe Malkeinoe,’ onze Abba of Vader, onze Koning. De Talmoed leert dat er drie partners zijn bij de vorming van ieder menselijk individu: de moeder en vader, die voor de fysieke vormgeving zorgen, en God, Die zorgt voor de vorming van de nefesh of ziel, de persoonlijkheid en de intelligentie. Er is gezegd dat één van de grootste gitften van Hasjem aan de mensheid de wetenschap is, dat wij Zijn kinderen zijn en dat wij geschapen zijn naar zijn evenbeeld.

Ieder van ons moet aan zichzelf werken om zo dicht mogelijk tot God te geraken. Als hulpmiddel en Gids heeft God Zijn Woord ter beschikking gesteld. Ook moet elkeen die zich als Kind van God wil opstellen, de bereidheid tonen om de andere banim of kinderen in deze wereld de weg naar God te tonen. Elke gelovige hoort die verantwoordelijkheid op te nemen. Alsook moet de gelovige Jood open staan voor hen die uit de heidense wereld willen stappen en een relatie met Gods gemeenschap en met God willen aangaan.

Dichter bij de Eindtijd komend zullen zowel Joodse als niet-Joodse gelovigen moeten erkennen dat alle autoriteit, inclusief halachisch gezag, aan de Messias is gegeven (Mattheüs 28:18), die dat gezag aan zijn apostelen heeft verleend (Mattheüs 18: 18-20).

Als gelovigen moeten wij er toe zien dat alles wat wij verbinden juist wordt verbonden en nooit tegen Gods Verlangens zal gaan. Doorheen ons leven moeten wij trachten het geestelijke voorop te stellen en er naar steven in geestelijke eenheid met elkaar verbonden te geraken met onze Schepper, één wezend met hem, Zijn zoon, en zijn schepselen.

+

Lees ook

  1. Hoeft men Jood te zijn of niet om waardige volgeling van Jezus Christus te zijn 1 Begin jaren
  2. Hoeft men Jood te zijn of niet om waardige volgeling van Jezus Christus te zijn 3 De Weg – een Joodse sekte
  3. Hoeft men Jood te zijn of niet om waardige volgeling van Jezus Christus te zijn 4 Trinitariërs en Niet-trinitariërs
  4. Zuiverheid en verantwoordelijkheid van leden en leiders in een gemeenschap
  5. Het belangrijkste punt om een jeshuaïst te zijn
  6. Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God
  7. Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God
  8. Belangrijkheid van Gods Naam
  9. Eindtijd